Onze communicatiemedewerker Gerry, reist van het westen van Afrika naar het oosten, maar wat hij er aantreft is niet zoveel verschillend.

Back to all stories | Posted on 30 April 18 in Blog

Ik herinner mij dat een vriend ooit veel moeite had om te beschrijven hoe hij zich voelde na zijn bezoek aan een nieuw land met een totaal verschillende cultuur van wat hij gewoon was in Engeland.  “Ze zijn precies zoals wij; ze zijn allemaal anders,” zei hij.

Deze tegenstelling vat goed samen hoe ik me zelf voel op het ogenblik dat ik voor de eerste keer in Kenia aankom met Mary’s Meals.  Het land voelt bijna gewoon aan, net zoals ik het meegemaakt heb in Liberia, maar toch ben ik mij bewust van de grote verschillen.

Over het algemeen werkt Mary’s Meals overal op dezelfde manier.  We geven kinderen dagelijks een maaltijd op school, wat hen de kracht geeft en de nodige voeding biedt om naar school te komen en te studeren.  De verschillen worden duidelijk wanneer ik de kinderen ontmoet.

Simon

Een van de eerste studenten die ik kan spreken in de Border Farm Basisschool in Eldoret is Simon.  Waarschijnlijk is hij de grootste persoon die ik ooit heb ontmoet.  Een vriendelijke reus - wanneer hij rechtop staat meet hij zowat 2,10m - wil (uiteraard) basketbalspeler worden.

Simon is een vluchteling uit Zuid-Soedan, net zoals ongeveer de helft van de studentenpopulatie in Border Farm.  Met veel geduld legt hij me uit dat de oorlog in zijn land voortkomt door twee etnische groepen, de Dinka en de Nuer, maar dat leden van beide groepen naar Kenia zijn gevlucht.  Hijzelf en zijn beste vriend zouden in Zuid-Soedan als vijanden tegenover elkaar staan, maar in Kenia zitten ze naast elkaar in dezelfde klas.

Voor Simon betekent Mary’s Meals de enige betrouwbare bron om aan voedsel te geraken.  Hij zegt: “De maaltijden van Mary’s Meals worden echt lekker klaargemaakt, dus voel ik me prima om naar school te komen en te studeren.  Een mens die gestudeerd heeft is een vredevol mens.”

Anthony en Aggrey

Anthony en Aggrey zijn tweelingen van 14 jaar die samenwonen in een huis met één kamer in Eldoret.  Hun vader is nergens te bespeuren en hun moeder is aan het werk in Soedan, honderden  kilometers ver.  Zij kunnen overleven dank zij Mary’s Meals, en ook met het schaarse geld dat hun moeder hen toestuurt en tenslotte met wat fruit en groenten die ze zelf telen.  Bij hun huisje horen twee lapjes grond.  Op het ene stuk kweken ze graan, spinazie, tomaten en andere groenten en op het andere groeit fruit zoals appelsienen of ‘loquats’, een fruitsoort die ik nooit eerder heb gezien.

Anthony klimt in de boom om een handvol loquats te plukken voor ons beiden om die eens te proeven.  Het zijn kleine, gele, zoete vruchtjes met een steen middenin.  Hij dringt erop aan dat ik een avocado zou meenemen, de grootste die ik ooit heb gezien.  Soms is de vrijgevigheid van de mensen die ik ontmoet werkelijk adembenemend.

Voortdurend word ik getroffen door de hartelijkheid en gastvrijheid van alle mensen die ik ontmoet en hier in Kenia tref ik dezelfde hoop als bij de kinderen in Liberia die deel uitmaken van het programma van Mary’s Meals.