“Ik hoop mijn droom waar te maken.”

Beelden van de verwoesting van Aleppo gingen de wereld rond, hoe kan je dan een normaal leven leiden in een door oorlog verwoeste stad?

De 11 jarige Wissam wil later graag dokter worden, maar nu is zijn droom om een gewoon leven te mogen leiden.

Wissam is een van de 2.962 kinderen in de door oorlog verwoeste stad Aleppo in Syrië die elke dag een schoolmaaltijd krijgen van Mary’s Meals.

Hoewel er geen gevechten meer plaats vinden in de straten, zijn veel gebouwen tot puin herleid.  Leidingen van elektriciteit en lopend water zijn beschadigd of vernietigd en voor de gezinnen is het een gevecht om eten op tafel te krijgen.

De sandwich en het stuk fruit dat Wissam en zijn vriendjes krijgen op school helpen om zowel hun lichaam als hun geest te voeden.

Hierna vertelt hij zijn verhaal met zijn eigen woorden.  Het is een zoektocht naar regelmaat, routine en een gewoon leven.

‘Ik woon bij mijn familie.  Mijn vader werkt en mijn moeder zorgt voor ons.  Zij maakt eten en ze poetst het huis.

‘Ik heb vier zussen.  Ik ben de oudste.  Ik help mijn moeder om voor de zusjes te zorgen en ik help hen met hun schooltaken.

‘Ik doe er 10 minuutjes over om naar school te lopen.  We wonen in een klein huis niet ver van de school en ik vind dat best fijn.  Voor de oorlog woonden we op een andere plaats.

‘Sommige kinderen kunnen door de oorlog niet naar school gaan.  Het leven is vervelend als je niet naar school kan gaan.  Als ik niet naar school zou kunnen gaan, zou ik mijn vrienden missen en ook de maaltijd die ik daar krijg.  Ik heb toffe vrienden op school en ik vind de leerkrachten fijn.

‘In de toekomst wil ik graag dokter worden.  Daarvoor moet ik veel onderwerpen bestuderen.  Mijn liefste vak is wiskunde.

‘Ik vind het fijn om te studeren en om plezier te maken op school.  De maaltijd op school geeft mij meer energie om te studeren en om met mijn vrienden te spelen.

‘Ik hou van de schoolmaaltijd, vooral de bananen vind ik lekker.  Het beste daarbij is dat we fruit krijgen dat we ons thuis niet kunnen veroorloven.  Thuis eten we rijst, groenten en olijven.  Het voedsel komt van een liefdadigheidsorganisatie.

‘In de toekomst hoop ik mijn droom waar te maken om dokter te worden en andere mensen te helpen.’